Genieten van je regenboogbaby gaat niet altijd vanzelf

Hoe het uiteindelijk toch “genieten” wordt

Lees HIER de rest van het dagboek van Irene

Tess wordt, nadat ze heel eventjes op mijn borst heeft gelegen,  naar de kinderafdeling gebracht waar de kinderarts haar zal onderzoeken. Sven gaat met haar mee. Ik word ondertussen gehecht door de gynaecoloog.

Sven komt terug, met de kinderarts.

De kinderarts legt uit dat ze vermoeden dat Tess een infectie heeft en dat ze willen starten met Antibiotica.  Wat moet ik zeggen? Dat ik dat niet wil? Dat ik mijn kind bij me wil hebben? Dat kan natuurlijk niet.

Er wordt gestart met antibiotica en dit betekent dat ze nog in het ziekenhuis moet blijven. Ook onderzoeken ze haar armpje, die lijkt niet helemaal goed te functioneren. De gynaecoloog heeft behoorlijk aan haar moeten sjorren tijdens de bevalling, ze heeft klem gezeten in mijn bekken, mogelijk is er wat beschadigd.  Ze krijgt pijnstilling omdat ze vermoedelijk door de vacuümpomp een hersenschudding heeft.

“Het is alsof er iemand anders bezit van mij genomen heeft. Ik herken mezelf niet meer terug.”

Gevoelens en hormonen

Ik bel mijn ouders en mijn zus om te vertellen dat hun kleindochter en nichtje geboren is. Mijn zus merkt op dat ik niet al te blij klink.

Ik voel me verscheurd. Ik weet niet wat ik voel. Ik ben vooral erg blij dat de zwangerschap en bevalling achter de rug is. Het lijkt alsof ik nog totaal niet voorbereid was op het krijgen van een kind. Kun je je daar überhaupt op voorbereiden? Ik wil niets liever dan naar Tess toe, die inmiddels op de couveuse afdeling ligt, maar ik weet niet of ik dit wil omdat ik het zo voel, of omdat ik het wil omdat ik vind dat dat van me verwacht wordt.

Ik kan alleen maar huilen.

Als ik weer wat opgefrist ben word ik met bed naar de couveuse afdeling gereden. Daar ligt mijn kleine meisje. Er liggen een heleboel kinderen en even ben ik bang dat ik mijn eigen meisje niet zal herkennen. Gelukkig hoor en zie ik meteen welk meisje bij mij hoort.

De kraamtijd in het ziekenhuis

De week die we in het ziekenhuis moeten blijven verloopt in een roes. De psychologisch verpleegkundige komt nog met me praten om te onderzoeken of ik geen postnatale depressie ontwikkel. Vooralsnog blijkt dit niet zo te zijn, maar het ligt op de loer.

“Ik denk aan Feline*, dat we haar, levenloos, achter hebben gelaten in het ziekenhuis.” 

Ik huil heel veel en voel me raar. Het is alsof er iemand anders bezit van mij genomen heeft. Ik herken mezelf niet meer terug.

Zo vaak als mogelijk gaan we naar Tess op de couveuse afdeling en de laatste dag mag ze ook even bij ons op de kamer. Het blijft onwerkelijk. Dit kleine, afhankelijke meisje is van ons. Wij mogen haar straks mee naar huis nemen. Ze gaat nooit meer bij ons weg.

Ik denk aan Feline*, dat we haar, levenloos, achter hebben gelaten in het ziekenhuis. Ik mis haar ook zo, maar als zij er was geweest had ik Tess niet gehad. Ik vind het verwarrend.

In het ziekenhuis heb ik er moeite mee Tess zelf uit de couveuse te halen. Ik durf haar amper te verschonen. Sven ontpopt zich als een super vader. Hij lijkt hier veel handiger in dan ik. Wat me tegenhoudt weet ik niet, ik voel me onzeker.

Niet alleen onzeker over wat ik moet doen, maar vooral onzeker door de gevoelens die ik wel of niet lijk te hebben.

Eindelijk naar huis

Als we, voor mijn gevoel na eeuwen, na een week naar huis mogen, krijgen we gelukkig nog kraamhulp. Hier ben ik zo blij om. Ik zou niet weten hoe we het anders thuis moeten doen.

Als we de eerste dagen thuis zijn mag niemand Tess nog vasthouden. Ik heb het gevoel dat ik tijd in te halen heb met haar. In het ziekenhuis kon en durfde ik haar zelf niet goed vast te houden en ik voel me schuldig dat ik de eerste week zoveel gemist heb.

Het is zo wennen met een kleintje in huis. De borstvoeding loopt niet zoals gewenst en met het kolven stop ik op advies van de kraamhulp ook al snel. Hoe rot ik het ook vind, elke keer huilend aan het kolfapparaat zitten kan ook de bedoeling niet zijn.

Gelukkig blijkt, na wat fysiotherapie, Tess aan haar armpje niets overgehouden te hebben. Ze ontwikkelt zich als een heerlijke baby. Ze slaapt met 6 weken door en eindelijk, na een paar maanden heb ik het gevoel dat ik weer meer mezelf word.

“Af en toe overvalt me het gevoel van schuld.

Schuld naar Feline*, dat ik zo veel van Tess hou…”

Onzekerheid

Ik vind het spannend om alleen thuis te zijn met Tess. Wat als ze huilt, wat als ze zich verslikt in haar fles.

Van te voren had ik niet gedacht dat ik zo onzeker zou zijn. Ik verbaas me over mezelf en ik verbaas me ook over Sven, die het allemaal veel meer onder de knie lijkt te hebben dan ik.

Langzaamaan begin ik te kunnen genieten van ons meisje.

Af en toe overvalt me het gevoel van schuld. Schuld naar Feline*, dat ik zo veel van Tess hou en het daardoor lijkt alsof Feline* naar de achtergrond verdwijnt. Schuld naar Tess omdat ik, ondanks dat ik zo vreselijk gek op haar ben, ook nog zo verdrietig kan zijn om Feline*.

Achteraf zal ik hierop terugkijken en me afvragen of ik misschien te snel na Feline* zwanger geraakt ben van Tess. Heb ik mezelf wel genoeg tijd gegeven om te rouwen?

Pas na een tijd zal ik het gevoel hebben dat ik het allemaal onder controle heb.

Het zal nog lang met ups en downs gaan, maar eindelijk, na 3 jaar proberen zwanger te worden en alles wat daarbij kwam kijken, gloort aan de horizon mijn roze wolk. Mijn Tess, onze prinses.

Wil je het dagboek (de blogs) van Irene blijven volgen? Blijf via Facebook op de hoogte.
Irene is mama van Feline*, Tess en Hugo. Zwanger worden ging helaas niet vanzelf en er werd een behoorlijke weg afgelegd om te komen waar ze nu zijn. Juist omdat ze weet dat zwanger worden en een kindje krijgen niet vanzelfsprekend is geniet ze enorm van haar kinderen.
regenboog

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.

*

Visit Us On TwitterVisit Us On FacebookVisit Us On LinkedinVisit Us On Instagram